Met Vincent Compier door Berlijn

Berlijn Blog

Interview16/05/2015

Sinds begin dit jaar woon je weer in Amsterdam.

Vaste volgers hebben het wellicht al ontdekt; na zeven jaar quasipermanent in Berlijn gewoond te hebben ben ik sinds januari weer terug in Nederland en wel in Amsterdam. Na zeven jaar Berlijn zat voor ons de tijd erop.

Hoe was je in Berlijn terechtgekomen?

Ja, dat is een vraag die ik vaker hoorde. “Met de auto” antwoordde ik altijd heel flauw, ik geef het toe. Maar mensen vroegen eigenlijk of ik er om werk, de stad of de liefde naartoe ben gegaan. Eigenlijk alle drie. Mijn vriend kreeg de kans om er als correspondent aan de slag te gaan. Door hem ken ik Berlijn al vanaf 1994, toen ik er voor het eerst was. En de stad een verpletterende indruk maakte. Ik heb mijn koffers gepakt en ben in 2008 vertrokken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wat vond je er dan van, in 1994? Dat is toch al meer dan 20 jaar gelee.

Eén grote bende. Ik begreep werkelijk helemaal niets van de stad. Mijn referentiekader was destijds Amsterdam. Dat is zo´n “oerstad´ in die zin dat bijna alles klopt: mooie huizen, knappe mensen, grachten, organisch gegroeid et cetera. Dat had Berlijn allemaal niet. Het was er lelijk. En ik snapte de plattegrond niet. Leegte lag pal naast hoogbouw. Deze stad is niet mooi, niet logisch, niet per se aardig voor je, of wil niet unbedingt aardig gevonden worden, maar bruist van de geschiedenis. Nu is geschiedenis niet iets wat ik direct met het woord ‘bruisend’ associeer, maar zoals iemand ooit zei: “Berlijn ademt geschiedenis”. Het wordt er iedere dag opnieuw geschreven. En dat maakt dat iedereen er naar toe wil. Want hoewel de wereld inmiddels zo ongeveer overloopt dan de originele producten is alles verzonnen, niets is meer echt authentiek, alles wordt kitsch, lijkt oud met een nepoud sausje erover. Maar Berlijn…. Dat is iedere dag authentiek.

bw_10_11_pvr-bobsairport-web

Beeld: Berlin Wonderland

Zijn er meer dingen die je aan de stad zijn opgevallen, waarvan je niet verwacht had dat het er zou zijn?

Ja, de grote betrokkenheid van de Berlijner bij zijn stad. Nu denkt je al snel dat dit alleen de jeugdige, hoogopgeleide, goedgebekte inspreker is die op alle gemeentelijke vergaderingen het hoogste woord heeft. En waarvoor in Nederland altijd grote angst bestaat. “Want die vertegenwoordigt toch niet álle bewoners?” Die Berlijnse betrokkenheid gaat door alle lagen, etcniteiten en leeftijden heen. Blijf me je poten van mijn stad af, is vaak de houding. En grappig, want een zeker conservatisme is zelfs de hipste Berlijners niet vreemd. En dat heeft ook zijn effect op mij. Het gemak waarmee in Nederland iets wordt afgeserveerd (gebouwen en mensen) omdat het oud en dus niet meer hip is, begint me tegen de borst te stuiten.

Berlijn boek overbelicht

Dat klinkt goed, maar wat heeft Berlijn aan vakinhoudelijke kennis opgeleverd? Kunnen we er wat van leren? Of blijft het Berlijnse uniek Berlijns?

Goeie vraag. Ik weet nog dat een vriend zei dat hij het voor mij zo geweldig vond dat ik naar Berlijn verhuisde. Omdat ik als een spons die nieuwe, onbekende, spannende stad in mij op zou gaan zuigen. Dat heb ik ook gedaan. Ik ben de stad gaan lezen. Letterlijk, want wat er allemaal te zien en lezen is op straat is een bron van kennis van jewelste. Geschiedenisborden, straatbordnamen, maar ook graffiti, aankondigen van protesten, feesten en alles wat daartussenin zit: het is op straat te zien. “Berlijn is zo’n stad die de hele tijd tegen je praat”, zei verslaggever Jeroen van Kan van VPRO-radio tijdens een interview toen we door Berlijn liepen om radio te maken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik ben me al snel gaan richten op het opbouwen van kennis over twee aspecten. Dat is aan de ene kant het heerlijke woord Zwischennutzung (veel en vaak uitspreken, met tandpasta in je mond) ofwel letterlijk vertaald: tijdelijk gebruik. Dat is op veel plekken in Berlijn eerder norm dan uitzondering. De kennis die ik daarover opbouwde kon ik goed gebruiken. Tijdens de rondleidingen voor Nederlandse vakgenoten als stedenbouwkundigen, architecten, corporatiemedewerkers, ambtenaren, vastgoedmensen et cetera kon ik ze de plekken laten zien, het enthousiasme waarmee ze werden opgezet, de bijdrage die de plekken aan het stadsleven, de stadscultuur en het algemeen welbevinden van de Berlijners bijdroegen. Dat was één.

DSC05168

Het andere onderwerp is -wat in Nederland CPO heet, waarbij ik meteen aan een enge longziekte moet denken- en dat uitgeschreven collectiefparticulieropdrachtgeverschap heet. Ofwel in het Duits: Baugruppen of Baugemeinschaften. Met een groep (on-)bekenden zoek je een kavel, een architect en wat geld en je gaat zelf ontwikkelen. Ook dat had in Berlijn een hoge vlucht genomen. Daar hebben we met mooie Berlijnse voorbeelden veel mensen uit Nederland enthousiast kunnen maken.

Berlijn en enthousiasme… ik ken inderdaad bijna niemand die niet enthousiast is over die stad. Hoe komt dat toch? Wat zit daar achter?

Dat is simpel: Berlijn is niet wat je ziet. Het is geen makkelijke stad die zich een-twee-die prijsgeeft, zoals Amsterdam. Dat is allemaal heel duidelijk, heel in your face. Dat is Berlijn ook, maar dan met een dikke middelvinger. Kom daar maar eens op Hauptbahnhf de stad in. Een steppe in Kazachstan bij 43 gaden is gezelliger schreef de plaatselijke pers ooit. Lelijke nieuwbouw, lege vlaktes, alles neu, niks aan. Idem: Alexanderplatz. Ook geen gezelligheid. Berlijn is een kattenstad, die wacht af, die trekt zich weinig van jou aan, Amsterdam is een hondenstad. Die wil je pleasen, die wil aandacht en lief gevonden worden. Om Berlijn goed te vatten moet je meer je best doen. En dat geeft een bevredigend gevoel. Dat je het bijna zélf ontdekt heb, dat unieke plekje.

Afb171

Over de Berlijnse toerismediscussie werd geschreven: toeristen die naar Berlijn komen zijn sowieso masochisten. De stad is lelijk, winderig, koud, betonnerig, niet gezellig. En hop, prompt weer tien miljoen toeristen erbij.

Ja maar, dat nachtleven, de musea… daar komen ze toch ook voor hoor je iedereen zeggen

Dat is waar. Maar ook daar heb ik geprobeerd de ziel van de stad te doorgronden.

Dat zou ik ook hebben gedaan, zeven jaar lang iedere nacht “de ziel van het nachtleven doorgronden”.

freizeit

Ja, want “Feiern ist keine freizeit in dieser Stadt” ofwel: uitgaan is er Hard Werken. Niet in de zin van: waar is het hip en waar niet. Daar ben ik gelukkig te oud voor om me druk over te maken. Er is bijna geen plek waar geen goede muziek wordt gedraaid. En geen sluitingstijd maakt ‘s zomers dat de grenzen tussen nachtelijk uitgaan en open-air-parties overdag vaag worden. Erg vaag. Berlijn blijft verrassen, want door de in vergelijking met Nederland weinig overheidsbemoeienis –want: geen geld-, door de lelijkheid die constant wordt afgewisseld met de intimiteit in de buurten. Door de alledaagse stedelijkheid die op heel veel plekken te vinden is. De vele koffietentjes, kiosken, bloemenwinkeltjes, boekhandeltjes. Die alledaagse stedelijkheid is erg prettig om tussen te wonen. Hier niet ieder weekend een festival op iedere straathoek dat om aandacht schreeuwt op opgenomen te worden in wereldwijde ranglijsten van hippe festivals, maar kleinschalig, (buurt-)betrokken feestjes.

En nu terug in Nederland, wat ga je doen?

Als Berlijn me iets heeft geleerd is het kijken. Want nogmaals: Berlijn is nooit wat je ziet. Dat kijken kan ik in Nederland goed toepassen. En de afstand die ik heb, dat gat van zeven jaar weg. Dat stelt me in staat scherp en goed te kijken en te zien. “Zien is kijken met kennis” noem ik dat. Want als je niet weet wat je moet zien, zie je het niet. Dit lijkt Cruyffiaans, maar is essentieel voor diegene die werken in stedelijke ontwikkeling. Lang –te, als je het mij vraagt- is er vanaf papier van alles over stadsontwikkeling bedacht. Papier leek geduldig, maar de hoogopgeleide, goedgebekte stadsbewoner van nu is dat niet. Kennis slaat een brug tussen papier en de werkelijkheid.

DSC09312

Dat klinkt mooi, maar ook abstract, wat doe je daadwerkelijk?

Mijn in Berlijn begonnen drietrapsraket verder uitbouwen: onderzoeken, schrijven en rondleiden. Die combinatie is ideaal en maakt dat ik mijzelf voortdurend scherp houdt. Zo ben ik nu bezig met een verhaal ‘de stad als hotel, het hotel als stad’ waarin ik een aantal ontwikkelingen als hotelvernieuwing, toeristentoename, druktediscussie en stadsontwikkeling aan elkaar verknoop.

Veel succes!

Dank! Blogbezoeker die mijn blogs met plezier lazen kunnen dat overigens blijven doen want het toetje op de drietrapsraket –of moet dat toefje zijn?- is het bloggen over de stad. Dat is ontzettend leuk om te doen en dat blijf ik doen op mijn nieuwe Nederlandse site:

www.vincentkompier.nl

Ik hoop dat mijn trouwe Berlijnblog-volgers me de overstap naar Nederland vergeven… en met veel plezier blijven lezen over wat ik zie en opschrijf!

[foto van Vincent Kompier gemaakt door Michel van der Linden]